Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van het jaar 1Ö48 tot 1787 na de geb. van C.

478 II hoofdd. Nieuwe gefchieden. vin boek»

deelen misfende, was voor de kouder Duitfehe luchtgefteltenis en de gezondheid der Duitfchers veel gefchikter, en hunne ligchaamen konden zich in de wijde lange rokken, pelfen en mantels vrijer bewegen. De , naar de Franfche wijze gekleede, Duitjeher integendeel , die , bijna overal famengeperst, en echter met overvloed van fieraadiën omhangen daar heen gaat; wien de daaglijks Veranderde mode een wet is , al ware zij ook voor zijnen ftand en ouderdom geheel ongepast; wien de kunst van den hairkruller fomtijds belangrijker is dan post en pligt: deeze is eigenlijk geen Duitfcher meer. Nog jammerlijker is daardoor het lot der vrouwen geworden. Eigenlijk zijn zij' flaavinnen der mode, of liever der winzuchtige invallen eeniger pronküitvindfters, modewinkelierlters en meer dergelijke perfoonen in Frankrijks hoofdftad , geworden , en hebben de onnatuurlijkfte en wanftaltigfte kapfels, (welke deels met draad , linten en ontelbaare andere niets beduidende fchitterende waaren, deels met hair, vet, meel en fpelden aaneengevoegd zijn,) als middelen om te behaagen aangenomen. Geenszins nieuwe geneugten of nieuwe fieraadiën, (fchoon een van beide het doel van elke nieuwe mode behoorde te zijn,) maar enkele nieuwheid, al werdt 'er ook aangezicht of ligchaam belagchelijk door mismaakt, is de eenige aanprijzing der mode. De waare fchoonheid, welke zich alleen kenbaar maakt door eene befcheidene hulp

aan

Sluiten