Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Algemeene Gefchiedenis der Italidanèti. 31

kunftenaar, die zonder leeraar, en zonder de oude gedenkceekens der kunst in Italië' beoefend te hebben, bijna alles aan zijne gaaven en zinrijke vlijt alleen te danken had, gevoelde éénmaal de ongemeene vatbaarheden van zijnen geest, op eene wijze, welke voor jongelingen en mannen, die hunne bekwaamheden beproeven willen, zeer leerrijk is. Hij had veel tot lof van den voortreflijken Raphael gehoord, en was daardoor nieuwsgierig geworden om een fchilderij van hem te zien. Eindelijk werd zijn verlangen voldaan. Hij befchouwde het ftuk met alle mooglijke opmerkzaamheid; erkende, dat men den kunftenaar niet te veel lofs had toegezwaaid; doch bevond, echter, dat hij zelf veel in hetzelve even goed, en het een en ander, misfchien, wel beter zou gefchilderd hebben. In deeze blijmoedige bewustheid riep hij uit: „ ik ben toch ook een fchilder I" Indedaad is de befcheidenheid eene deugd, welke zelfs bij de grootfte verdienften eene onbepaalde aanprijzing verdient. Altijd immers waagt men veel, wanneer men zich met de beroemdfte mannen wil vergelijken, of wei zich voorrechten boven dezelven toefchrijven. Inzonderheid is een ijdel vertrouwen op eigene vermogens voor de jeugd allerverderflijkst: zij is dikwijls ftout, ja zelfs vermetel in haar oordeel, en gelooft niet verre meer van de volmaaktheid af te zijn, wanneer zij naauwlijks iets meer dan de eerste be-

gi«:

Sluiten