is toegevoegd aan uw favorieten.

Kort begrip der algemeene geschiedenis. Voor jonge lieden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gefchiedenis der Franfchen. III Tijdvak. 185

toen hij nog hertog van Orleans was, in een treffen gevangen was genomen. „ Het past geen' koning van Frankrijk, zeide hij, beleedigingen te wreeken, eenen hertog van Orleans aangedaan."

VII. In de tweehonderd en vijftig jaaren dus, welke dit tijdvak omtrent uitmaaken, en waarin het Franfche' Rijk zijne laatere grensfcheiding bijna verkreeg, ondergingen de Franfchen veelerleije veranderingen, deels van vorsten, deels van regeerwijze. Doch zij zelve deeden nog geene wijde fchreden tot een grootere volkomenheid van den geest, fchoon zij reeds krijgshaftig, befchaafd, en eenigzins vernuftig waren. De fHchting van de maatfchappij der fraaije kunsten te Toulouze, en het vertoonen van ftukken, uit den Godsdienst en Bijbelfche Gefchiedenis ontleend, op tooneelen, beiden federt het begin der veertiende eeuw, bewijzen meer welmeenenden ijver, dan juisten fmaak. Zij verkreegen wel nog meer hooge fchoolen; doch meestendeels heerschten op dezelve onvruchtbaare ipitsvondigheden en beuzelachtige twisten. Zelden vond men onder hen nuttige, of zelfs vrijer denkende geleerden. Zulk een man was , omtrent het midden der veertiende eeuw , de Francitcaaner munnik, Nicolaas de Lijra, die onder zoo veelen Franfche geestlijken bijna alleen een juister kennis had van de uitlegkunde der Heilige Schriftuur. Nog beroemder maakte zich, in het begin der vijfM 5 tien-

SuVtjaas

1515.

Toeftand van den Godsdienst,weetenfchappenen kunften.

Lijm; St. ïn'tjaut [340.