is toegevoegd aan uw favorieten.

Kort begrip der algemeene geschiedenis. Voor jonge lieden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gefchiedenis der Spanjaarden. III Tijdvak. 415

saamlijk door de geestlijkheid onder voorwendtel gegeeven, dat de Mooren ontrouwe en fteeds tot oproer geneigde onderdaanen waren, in hun hart den Godsdienst van Muhamed nog fteeds bleeven toegedaan, en die» zelfs heimlijk oefenden, fchoon zij zich openlijk als Christenen gedroegen. Doch al waren ook deeze befchuldigingen, vooral de laatfte, eenigzins gegrond geweest, dan nog moese daarvan de fchuld aan de Christelijke geestlijken worden toegefchreeven, die deeze Nade gedwongen hadden, hunnen Godsdienst aantenemen. Dus werden de Mooren, door veelerleije verdrukkingen, grootendeels genoodzaakt , Spanje te verlaten, en voornaamlijk naar Africa te verhuizen. Dit kostte niet weinigen van hun het leeven, en mea hield, tegen hunnen wil, een meenigte hunner kinderen achter, welken men in het Christendom liet opvoeden. Vruchtloos waren zelfs de vertoogen van de Staaten des landfchaps Valentia, en van eenige grooten, tegen deezen onbezonnen ijver. Nu genooten wel de meefte Spanjaarden het gewaande genoegen, van hun vaderland van ongeloovigen gezuiverd te zien; doch deszelfs merkbaare ontvolking, en het verlies van zoo veele arbeid-, zaame inwooners voor den landbouw en vee-' lerleije handwerken, zijn gevolgen van deeze verdrijving, welken men in Spanje nog fteeds blijft gevoelen.

XXXIV. De hechte regeering van Philippus den derden diende zijnen zoon, Phi- '

lip-

Prnxirotrs ÏL St. va, t jaar [621.

Spanje rerliest de rerètnigde