Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«a8 II hoofdd. Nieuwe Gefchieden. xni boek.

Zijne werkzsarae, doch onrustige ïegecring.

m zich daardoor zoo veel liefde, dankbaarheid en vertrouwen van hun verworven, dan hij in dit Gemeenebest een grootere magt had , dan in zijn nieuw koningrijk. Onder alle de vorsten van Europa was hij toen de senigfte, die de onbegrensde heerfchappij en veröveringzucht van Lodewijk den veertienden beperkte. Hij was, niettegenftaande zijne groote bedreevenheid in den oorlog, wel niet zeer gelukkig in zijne veldtogten tegen den gemelden koning, omdat deeze te veele voordeden aan zijne zijde had. Doch Willem vergoedde het verlies van eenen veldflag ?oo gezwind , als zich anderen naauwlijks lunne overwinningen ten nutte konden maaken. Nog werkzaamer was zijne Staatkunde; door diep doordachte ontwerpen, vermomming; belangrijke verbintenisfen, en andere middelen, wist hij doorgaands zijn hoofddoel te bereiken. Enkel door eergierigheid en roemrucht gedreeven, was hij ten aanzien, van alle andere zaaken, vooral van pracht en geneugten, onverfchillig; fteeds koel, behalven in eenen veldflag, en zich altijd zoo gelijk, dat zijn geest niet, dan met veel moeite, ontroerd kon Wörden.

• IV. Niettegenftaande zoo veele gaaven en verdienften, voerde deeze koning geene geruste, noch voor hem inzonderheid gelukkige regeering. In alle drie de Rijken bleef de onttroonde koning zijne aanhangers behouden, onder welken alle de Roomsch-Catholieken in Ierland (en deeze waren het groot-

fte

Sluiten