is toegevoegd aan uw favorieten.

Kort begrip der algemeene geschiedenis. Voor jonge lieden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43^ II hoofdd. Nieuwe Gefchieden. xv boek*

Zijn haat tegen de val fche dapperheid.

dapperften bij naame, en was jegens allen minzaam en nédrig. Inzonderheid hield hij zich overtuigd, dat het veelvermogend Godsdienllig gevoel in de foldaaten, op allerleije wijzen, moest onderhouden en gevoed worden. Daaglijks werd 'er in zijn legér tweemaal een algemeen gebed gedaan. Door het gebed bereidde hij zich en zijne foldaaten voor fiormen en veldflagen, en dankte God met hun gemeenfchaplijk voor elke behaalde overwinning. Dit laariïe deed hij alleen en knielende; onder het oog zijner foldaaten, toen hij het eerst aan de Duitfche zeekust geland was , en zeide hun voords: „ Een goed Christen kan nimmer een Hecht foldaat zijn. Die zijn gebed gedaan heeft, heeft zijn daaglijksch werk reeds half verricht."

VI. Doch, in zekeren zin, was Gustaaf geltrenger jegens zijne bevelhebbers, dan jegens de gemeene foldaaten. Zelden liet hij een' der laatften aan den lijve ftraffen , omdat hij geloofde, dat een dapper man eerder een doodvonnis van een' krijgsraad, dan de fchande van flugen vergeten kan. Hij wilde hen liever, op eene plegtige wijze, in rang doen daalen of afdanken. Van hunne veldheeren, integendeel, waarvan hij met recht veel meer vorderen kon, liet hij zelfs geringe verzuimenisfen niet ongeltraft: en grove misdagen werden ook in den voornaamften gewroken. Hij was een .vijand van het tweegevecht , dat hij voor eene valfche dapperheid hield,welke in eene moedwillige verachting