Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ Gefchiedenis der Rusfen. II Tijdvak. 29

algemeen haaren moed, wél aangevoerd, uitmunten ; doch in befchaafder zeden, kunften, weetenfchappen en uitvindingen blijft zij nog fteeds zeer verre terug. Ten uiterften zelden vindt men nog, behalven de vorsten en veldheeren , onder hen eenig uitneemend merkwaardig man. Zelfs zijn de hulpmiddelen ter oefening hunner vermogens en uitbreiding hunner bekwaamheden nog fchaarsch en beperkt. In de kloosters, welke eenige • beginfelen van geleerdheid in zich befloten hielden, werden weder enkel munnikken of andere geestlijken gelokt. Omtrenc het begin der twaalfde eeuw , ftichtte Anna , de dochter van eenen grootvorst,_ te Kiew een nonnenklooster, waarin tevens jonge meisjes in het lezen , fchrijven , zingen en vrouwlijke bézigheden onderricht werden. Somtijds verwekte ook wel een geestlijke, door zijne kundigheden of welfprekendheid, of door zijnen ijver voor den Godsdienst, boven veele anderen verwondering; doch van dit alles had men nog denkbeelden , welke een aanmerklijke verbetering behoefden. Intusfchen heeft zich, echter, een derzelven , Nestor , een munnik in een klooster te Kiew, in de tweede helft der' elfde , en nog in het begin der twaalfdej eeuw, ten aanzien zijner Natie, der nako-{ melingfchap en der gefchiedenis eene ver-,1 dienste verworven , welke men eerst in de } nieuwfte tijden op den rechten prijs gefchat heeft. Hij werd de eerfte gefchiedfehrijver

zijnes

Nestor i de vader der Rus lifche gefchiedenis , St. na 'tjaar 1113.

Sluiten