Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gefchiedenis der Poolen. IV Tijdvak. 231

fen, welke zij hem door haar voorig- huwelijk met een' Poolfchen grooten verfchafre , had zij, wel is waar, zijn aanzien en magt vrij aanmerklijk vermeerderd, en haar doorziet in Staatszaaken was onloochenbaar. Doch zij was ook geldgierig, heerschzuchtig, gewelddaadig en listig ter bereiking haarer oogmerken Voordeelige Staatsambten verkocht zij, zorgde iteeds om een partij toe haaren dienst te hebben , en verzette zich fomtijds zelfs tegen haaren gemaal in zaaken, welke tot het Rijksbewind behoorden, wanneer zijne denkwijze van*de haare verfchilde. De koning, die niet min flandvastig, dan fchrander was, deed echter, 't geen veele andere verftandige echtgenooten in dergelijke omftandigheden pleegen te doen: hij was, om de huislijke rust te bewaaren, jegens zijne vrouw toegeevend; doch te veel, en in zaaken , welke tot haar volftrekt geene betrekking hadden. Hij zelf beminde het geld niet minder, dan zij,#n hoopte aannmerkhjke fchatten op één, fchoon niet altijd door gepaste middelen. Gemeenfchaplijk met haar, fchoon voorzigtiger, beijverde hij zich, om voor zijnen oudlten zoon de troonopvolging te verzekeren: iets, dat, in de laatere tijden , den koningen van Poolen nimmer gelukt is, en hun veelëer van de toegenegenheid hunner Staaten beroofd heeft.

XVII. Daar dus Johannes Sobieskij meest altijd in oorlogen gewikkeld was, en op de denken handelwijze zijner Natie flechts een' zeer geP j. rm-

Toeftand der Poolen omtrent ,

Sluiten