Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TE GENVVOO RDICE UITGA VE. VII

tenisfen in /leden, dorpen, kasteden en onder by zondert perfoonen, na het jaar 1727 voorgevallen, (het tydflip waarin dit werk voltooid en ter persfe gebragt werd,} en welken daar in niet aangehaald kenden worden, waren reeds eetien wezendlyken grond om het met eene vermeerdering te verryken, en door eene bekwaame pen tot op onzen tyd te doen vervolgen. Eene zodanige, onderneming echter, is, zo verre my bewust is, niet gefchicd, en om welke redenen zy achter bleef, weet ik met zekerheid niet te bepalen. Immers de onvermoeide mfporingen, de beroemde oudheidkunde der fchryveren, die in' alle hunne optekeningen doorftraalden, en de voortrefelyke tekenpen van den Graveerder, die aan het werk genen geringen luister toebragt, verdienden dat eene kundige hand, de veder had opgevat, om den draad daar op te nemen, waar l* e long hem had afgefneden.

Mogelyk nogthans is ''er eene rede te vinden waarom deze vermeerdering tot dus verre niet ondernomen is. Ik geef dezelve alleen op als eene gisfing, en de lezer moge bejlisfen. Ik meen haar te vinden in den eenig'ftns gewrongen ftyl en de lange doorlopende zinfeheidingen, welken in het oude werk, veelvuldig worden aangetroffen. De beroemde gefchiedfchryv&r w a genaak ■> en met hem vele anderen, die in later tyd de gebeurtenisfen van ons Vaderland te boek fielden, omkleedden 'hunne bondige befchryvingen in bevallige uitdrukkingen en eenen fterlyken ftyl; onze taal, meer verfynd,. werd menigvuldig met eigenaartige uitdrukkingen ver* 4 rykt,

Sluiten