is toegevoegd aan uw favorieten.

Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche oudheden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

408 kabinet van nederlandsche

Die, tegens woordt, en trouw , en Oorlogsrecht verwezen Ter doodt, (maar in zyn doodt nog fterven noyt volprezen^ Een maant verkreeg, om na zyn vrienden en zyn goet Voor 'f laatft noch eens te zien, en op zyn vrye voet Geftelt, die zware firaf door fchrick niet is ontvloden, Maar na die tyde fieh felf heeft weder aangeboden Aan de Gravin; die niet bewogen door die daadt, En trouw, hem levendig in t^aard" bedelven laat.

Ondertusfchen fchynt de Heer van der does in zyne verfen te kennen te geven, dat aan beyling genade toegezegd, en met hun tegen het recht van den oorlog, en tegen het gegeven woord gehandeld ware; wanneer hy dit wezentlyk gedacht heeft, vergist hy zich; doordien alle onze gefchiedfchryvers eenparig getuigen; dat beyling op genade en ongenade aan kyfhoek overgegeven werd. Aan den anderen kant fchynt het nogthans ook zeker, dat beyling, na verloop van den bepaalden tyd terug kerende, zich verzekerd gehouden heeft, van genade te zullen verwerven, waarin hy zich echter deerlyk bedrogen vond.

In het jaar 1424, verbande Jonkheer ja cob van gaasbeek, Stedehouder van Holland, alle de tegenftrevers van janmb Braband uit die provintie (*).

In de vasten van dat zelfde jaar, vergaderde genoemde Stedehouder zeer veel krygsvolk, en beleegerde de ftad Schoonhoven aan alle zyden, met behulp der gezamentlyke poorters uit de fteden van Holland, Zeeland en Friesland, hoewel de fteden ter Goude, Oudewater, den Briel en Zierikzes daarvan uitgefloten waren, en zich met dien oorlog niet wilden bemocijen. Schoonhoven aldus van

al-

(*j W. TiH goudhoeven, Kronyk, bladz. 450.