Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. en kleefsche oudheden. 323

van BoJJiiyt, Raet ende Keemerling myns Ge„ nediges Heeren van Bourgoengen, Statholder ,, fynre Landen van Hollant, Zelant ende Fries,, lant, ende mede den Scholte, Borgermeifters, „ Scepenen der Stede van Wyck , defen Brieff „ mede over ons te befegelen." Ende Wy Johan, „ Heer van Lannoy , &c. hebben onfe Segele, „ ende Wy Scolt, Borgemeifter ende Scepenen

der Stede van Wyck, hebben der Stede Segele „ van Wyck voorfz. mede aen defen Brieff ge„ hangen, om bede wille ons lives Neven ende „ Joncheren Jacobs voorfz.

„ Gegeven in 't jair ons Heeren Da/ent vyrhon„ dert negen ende viirtich, op Sunte Mathias-AnQUt 5, des Heyligen Apoftels."

In den jaare 1527 kwamen eenige Stichtfche rovers , den Gelderfchen toegedaan , naar dit Slot, waarop de Bisfchop kort te vooren eenig volk had doen leggen. Het gerucht der wapenen bragt de boeren in 't geweer, 't welk de ftruikrovers zo vervaard maakte, dat zy zich liever aan de bezetting, dan in da handen der ongenadige boeren wilden overgeeven.

In den zwaaren oorlogs-orkaan des jaars 1672, toen de Franfchen het grootfte gedeelte van het Sticht onder hun geweld hadden, liet de Prins van Oranje eenig krygsvolk, onder het bevel van Graaf m au rits, in het Slot van Abkoude post vatten ; als wanneer 500 Franfchen met trekfchuiten den 7 November van dat jaar in het dorp Abkoude kwamen. De boeren hierop landwaarts in vluchtende, ftaken de Franfchen het dorp op verfcheide plaatfen in den brand, en zy zouden het geheel in kooien gelegd hebben, zo zulks niet door de Weesper boeren en eenige foldaaten , welke tot ontzet kwamen toefchieten, X % ver.

Sluiten