Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242 VADERLANDSCHE

1785.

onbekwaam om eenig ambt in Gelderland ooit te kunnen of te mogen bedienen, maar ook , als verftoorders van de gemeene rust, aan den lyve geftraft: Waaruit zy ten gevolge afleiden, dat de thans door den Stadhouder aangeftelden Heer , die zich gevoegd had by de leeden van zekere oproerige Compagnie, welke in 1747 en 1748 , buiten de vyf Zutphenfe burger Compagniën, had in wcezen geweest, cn toen ter tyd, zo wel de vergaadering vaa Gemeenslieden, als de Magiftraat, met geweld had genoodzaakt, tot het inwilligen van hunne opgedrongcne eifchen, waar toe eene bedaarde overweeging ten uitterften noodzaaklyk was, door die gemelde Landswet onbevoegd was geworden , eenige waardigheid of ambt, en dus ook niet de post van Gemeensman te bekleeden.

De zaak zelve bewees genoegzaam , dat het Collegie van Gemeenslieden, met dit verrichte, geen oogmerk had eenige voorrechten van den Stadhouder te bekorten, in welk denkbeeld de Vorst fcheen geraakt te zyn; niet te min vondHoogst-

de-

Sluiten