Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 VADÈÏlLANDScHE

I7S6.

het tegenwoordige verzoek hadden gedaan $ in hunne Landsvaderlyke hoedeen befcherming zouden neemen, en haar in alle dee» len doen ondervinden de kragt van dié Unie, die Zy met al het vermogen, 't geene God Almagtig hun verleend had , tegen elk en een ieder , tot den laafter* adem toe, zouden tragten te handhaaven.

Men bemerkte onder de meerderheid der Gelderfche Staatleden, de lastgeveren van het geweldig bedryf,in de twee overheersehte fteden eene zeer ontroerende aandoening , op het hooren leezen van deze Hol* landfche brief; begrypende, dat zy, ten hal ven willekeurig het plan van overheerfching uitgevoerd hebbende, gewoogen, maar te ligt zouden worden bevonden, en genootzaakt zyn de beflisfing van het lot aan het zwaard over te laaten of de misnoegde onderdrukten te hcrftellen in haaren eerften flaat, 't geene voorzeker het beste was, waar na zy behoorden te ftreeven.

Hetfcheen, dat, door deze onverwagte ontmoeting, de band der Ariflocrati-

fche

Sluiten