Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 339 ]

waarin de gebeurtenlsfen van ons rampfpoedig rijk een groot aandeel hadden. - Mijn Heer du Chêne kwam ons af haaten, met Mariveau, waarop wij, na eene korte wandeling gedaan te hebben, naar ons verbiijf te rug keerden.

Wij deeden verders, geduurende den tijd, dien wij ons in H. • • ophielden, verfcheiden tochtjes naar de omleggende fteden,* ik vond overal die fchoone en vruchtbaare ftreeken, die ik in de landbefchrijvingen meerendeel met zoo veele bevaligheid had afgefchildert gevonden, offchoon die volgens de algemeene berichten der inboorlingen zelve , door den fchok der onheilen, welken de republiek van onze elendige landsgenooten geleden had , thans minder blijgeestigheid vertoonden], dan naar

ge-

Sluiten