is toegevoegd aan uw favorieten.

Van wederwerkingen in den staat. (Politieke réactien.).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdst. VII. van de beginselen. 77

van wetenfchap der ondergefchikte of onderhorige beginfelen en in het verwaarlozen derzelve.

Laat ons deze voorfchrifcen van het gezond verftand op het dadelijk maatfchaplijk leven trachten toetepasfen. Langs dien weg zal men ontdekken, waarom fommige flechte, doch loze , menfehen de beginfelen tot dus verre befpotten, befchimpen en uitkrijten; en waarom vele eenvoudige, maar goede, menfehen dezelve fteeds blijven befchouwen, als onnodige en nutteloze voorwerpen van afgetrokkene befpiegeling. — Ik verbeelde mij dat men dan ook zien zal waarom onder de menfehen deze treurige ongelijkheid met zich zeiven plaats heeft: dat, naamlijk, de kragt der oude vooroordelen fchijnt optewakkeren en aan te groeijen, naar mate de leer der beginfelen in wangunst geraakt en afneemt.

Hoe koomt het toch dat er leden in de raaatfchappij zijn die den beginfelen een kwaad hart toedragen; dat dezelve niet in tegendeel aan elk en een iegelijk dierbaar zijn? Immers zij zijn niets anders dan de uitkomst, de hoofdfom der overeenkomst van bijzondere en dadelijke gebeurtenisfen. Zij leveren, derhalve, in de maat-, fchappij de fom op der belangen van elk lid: is

dit