Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. ■ 19

roept: ,, Eeten, vaderlief, eeten." En ik heb het niet voor hem. Ik beu geheel ten einde raad.

LIJSJEN.

Hier is immers brood.

PIETER. 1

Oneetbaar. (Hij flaat 'er met een mes een brok af.) Onbreekbaar bijna. Daar, Kind ! daar hebt gij een fiuk van het laatfte brood.

HET KIND.

Ik dank u, Vader .' (Hijpoogt 'er in te bijten; maar zegt, naa.eene vergeeffche pooging.) Och, Grootvnderl ik kan het niet bijten... Gij wel?

JACOB.

Neen! lief Kind! ik althans niet....

, LIJSJEN.

Pieter! wat ziet gij ijslijk rondom. Ik word bang voor u.

PIETER.

Och! mi;n God! wie zou anders te moede zijn, als hij zoveele ellenden ziet: een fcokoude, grijze, zieke vader, die zijne fmarten opkropt, terwijl hij van binnen van honger en ellende wegkrimpt; een' lieve vrouw , die mij, in het hoogfte verdriet, nog toe wil lachen met een aangézigt. dat door den honger is ingevallen; een kind, dat op een fteenbijt, in de gedaante van brood. Neen! Neen! ik draag dit niet langer: 'er moet een einde ann.

LIJS-

Sluiten