is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginzels der kantiaansche wysgeerte.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r4o n. Boek, II. Hoofd/luk, II. Af deeling.

zelen onder de categorie der grootheid, middelende de tijdsbepaling, de empirifche fijnthefis van iedere ondervinding ontftaan kan, en moet.

III. Grondflellingen der betrekking.

§ io5.

'Analógien der ervaring.

Onder dezen naam verftaan wij regels, naae welken, uit waarnemingen, niet waarneming zelve, maar alleen eenheid der ervaring ontftaan moet. Van hier is het, dat zij flegts gelden, als grondftellingen, van de voorwerpen, de verfchijnzelen, niet, gelijk de axiomata der aanfchouwing (§ 101 ), en de anticipalien der waarneming ( § 103 ), in een' conftitutiven, maar in een' regulativen zin ( % 100 ) (*). Wanneer

(*) Wil men deze woorden vernederduitfchen; men zegge dan: in een* daarflellenden, en bejluur enden zin: gelijk ik mij, voormaals, heb uitgedrukt, in het kort verfiag van den inhoud der nieuwe wijsgeerte. ($ 14, Conflüutief beet eene grondftelling , wanneer zij op een voorwerp zoodanige betrekking heeft, dat zij aan hetzelve, of lis-ver, aan de voorftelling van hetzelve, iets bepaalt, en Voordbrengt, te weten, of de aanfchouwing van een voorwerp , of het ervaringbegrip. Het gebruik van een be-