is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginzels der kantiaansche wysgeerte.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

142 Iï. Boek, II. 'Boofdjiuk, II. Af deeling.

bepaald wordt, of gecongrueerd worden kan, b. v. a : £ E2 c: d. In de wijsgeerte, zijn het formulieren der gelijkheid, niet van twee quantitative, maar qualitative, betrekkingen, wanneer ik, uit drie gegeven leden, niet het vierde lid zelve, maar alleenlijk flegts de betrekking tot het vierde , kennen, en van voren geven kan, hebbende egter een' regel, om het vierde in de ervaring te zoeken, en een kenmerk, om hetzelve te vinden. Dewijl nu deze regels eene gelijkheid van zekere qualitative betrekkingen uitdrukken, worden dezelven, door Kant (*), voegzaam genoemd analógien der ervaring.

S io7*

Algemeen grondbeginzel van alle analógien der ervaring.

De tijd is de form van alle verfchijnzelen (§ 47). Dus konnen dezen, met opzigt op derzelver aanwezen , op geene andere wijze bepaald worden, dan in zoo verre wij ons, van derzelver betrekking, onder elkander, in den tijd, bewust zijn. De verfchijnzels nu zijn geene dingen op zig zeiven, maar blote voorftei-

lin-.

£*) Zie Kants Prolegom. f. iföf