Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ai 4 H, Boek, II. Hoofdjluk. II. Jfdeeling.

der ervaring, eene noodzaaklijke verbinding met iets anders, dat werklijk is, verëischt. Nu is 'er niet meer, dan flegts één geval; in '£ welke een gegeven verfchijnzel noodzaaklijk een ander verfchijnzel vordert, te weten, wanneer 'er een oorzaak gegeven is. Want, in dat geval , is het uitwerkzel van die oorzaak volftrekt noodzaaklijk, volgends de wet der voordbrenging, uit kracht van welke, alles, wat ge* fchiedt, door eene oorzaak, in het verfchijnzel, van voren, bepaald is (§ in). - Deze wet alleen bevat in zig het kenteeken van het noodzaaklijke beftaan: dat geen, derhalve, welks, zamenhang met het werklijke, volgends algemeene voorwaarden der ervaring, bepaald is,, beftaat noodzaaklijk.

Hier uit is tevens blijkbaar, dat wij niet het noodzaaklijk beftaan der dingen zeiven, of der zelfftandigheden , maar , eigenlijk, flegts de noodzaaklijke aanwezigheid van derzelver toeftand, uit andere gegeven toeftanden, kennen, volgends de empirifche wetten der oorzaaklijk» heid. Zoo weet ik, dat het ontftaan van eene vlam noodzaaklijk zij, wanneer men eene zekere hoeveelheid fterkwater, dat van vitrioololie en falpeter gemaakt wordt, giet op eenigerhande zware olie. Wanneer 'er dan een verfchijnzel als oorzaak gegeven is? zoo konnen wij ook,

in

Sluiten