Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242 vaderlan dsche 7. tot het vernietigen van een di,P0fitief, door het collegie van Gedeputeerde Staaten reeds al voor eenige jaaren verleend, aangezien zulks met de wetten der provintie zoude ftryden, om dat by dezelve wierd gemeld, dat als men zig by de decilien van Gedepu teerden Staaten bezwaard vond, men als dan binnen tien dagen daar van behoorJvk moest appelleren, % geen de Magiftraat niet had gedaan, zo dat het dispofitief, reeds te veel verouderd zynde, niet konde vermengd worden, weshalven zy verzochten dat zyne Hoogheid het ten besten wilde houden, dat zy Heeren Staaten hoewel ongaarne genoodzaakt waren zyn verzoek van de hand te wyzen. De Prins Erfftad-' houder was egter van gevoelen, bevoegd te zyn de zaak, uit krachte van zyn gezag om de Regeering by haare wettige conftitutie te bewaaren, af te doen, en gaf dierhalven aan die van Harlingen door eenen brief te kennen, dat dewyl hy Prin fe Erfftadhouder, het gefchil tusfehen hen en de Heeren Gedeputeerden Staaten van Friesland rypelyk overwogen hebbende, van oordeel was , dat de ftad Harlingen merkelyk m haar recht verkort was geweest,

door

Sluiten