is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginzels der kantiaansche wysgeerte.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÏQ8 II. V. Hoofdftuk, IL Afdeeling,

elkander te konnen overeenkomen, en men moet dus rekenen konnen op gronden van het oordeel, die niet enkel onderwerplijk zijn, maar algemeen gelden. — Ten opzigte van bet beginzel des fmaaks, blijkt het dus, dat de volgende antina* mie plaats heeft.

Stelling.

Het fmaaköordeel grondt zig niet op begrippen x . anders konde men over hetzelve disputeeren.

Tegenftelling.

'Het fmaaköordeel grondt zig op begrippen; an« ders konde men daar over, in wederwil van deszelfs verfcbillendbeid , niet eens ftrij' den , of op de nóodzaaklijke inftemming van anderen met dit oordeel de min ft e aanfpraak maaken.

% a?U

Oplosftfig der antinomie van den fmaak-

Het komt 'er, ter oplosfing van deze ftrijdigheid, maar op aan, dat men aantoone, dat het begrip, op welk men het voorwerp, in oordeelen van deze foort, betreklijk maakt, in beide maximes der asthetifche oordeelskracht, niet in eenerleien zin moetegenomen worden; datvoords

der

x