Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amsterdamsche Burgers. *5

die my een menigte Grooten, ja, die de Vorst zelve my toe draagt om haar, hoe zeer ikhaarookbeminne, verfmaaden, enopeer-sal die hoop kwyt raaken, om te eenigertyd ook nog eens een glansryke post te bekleeden en my dus in de laagheid nederwerpen?

■■ Ach .' dat het mooglyk waare , om haar

van denkbeeld te doen veranderen-' • Welk een geluk was my dan niet befcnooren' ■

DERDE TQONEEL. VLEI JERT.VUIGA ART, ««KNEGT.

V l e i J e r t.

Welkom, myn Vriend-' ik ben verblyd u te zien, ik twyfel niet ofgy zult my iets

gewigtigs medetedeelen hebben. ■ .

° VuiGAART.

Ja , myn Vriend.' dat is zo dan de

zaaken zyn juist niet gefchikt zo als wy het

wel gaarne gehad hadden.

Vleijert, driftig.

Wat ge zegt; laat my hooren, wat ons te-

gengeflaan heeft. ■

vuigaart. Ik had met myne Vrienden , alles zo wel peflooken, datwy een groot gedeelte van het B 5 Volk

Sluiten