is toegevoegd aan uw favorieten.

De Hollanders op het einde der achttiende eeuw, zedenspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE BEDRIJF, 4 Toott. 83

verlaaten, wenschte ik hem, ten minden, dat geld, met zoveel liefde voor hem, en uit zulke goede beginzelen vergaderd, ter hand te doen komen.,.. Hoe gaarne zou ik het hem zelf geeven, maar daartoe ben ik te zwak. Mijn Vader! zo gij kunt beiluiten, om het hem te doen in handen komen, beloof ik u voortaan van hem te zullen zwijgen, en u niet te bedroeven...

LODEWIJK.

Edel meisje — gij roert mij het hart... Behoud uw geld, zeg mij, hoeveel het zij, en ik zal den Jongeling de dubbele fom doen ter hand komen.

CHRISTIN A.

Ach, neen! Bezorg hem dit, dit Hechts-.

Waartoe zou ik het nu nodig hebben?

Laat hij dit zelfde ontvangen, wie weet, of hij daarmeê niet gelukkiger is.

LODEWIJK.

Geef hier dan, lieve Dweepfter!

F 2 CHRIS*