Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S3Ó DON KARLOS.

dan de alomtegenwoordigheid alleen kan zich dompelen in ieder menfchelyken boezem, en de nieuwgeboren vrugt der ziel in de ffille wieg der gedachten verrasfchen. Ook hy was een mensch, en mest zich even als wy, andere menfehen, door behulp van vergelykinge van het eene met het andere , zo veel vermogen op de zwakke zinnen bereiden , dat hy dien edelen vryheidstrek , die de natuur zo overvloedig in ieder menfchelyk hart gelegd heeft, het eenige dat zyne bedoelingen in den weg ftond, kon onderdrukken ; de ftaatkunde leerde hem een maat Uitvinden , waaraan alle geesten verpligt zyn zich te voegen. Uitvinden? o neen, uitgevonden was zy al lang.

KONING.

wat fchielyk.

Gy zyt een proteftant?

MARQUIS.

na tenig bedenken.

Uw geloof, Sire! is ook het myne.

na een'' Jlilftand.

Ik word kwalyk begrepen, dit was het waarvoor ik vreesde: gy ziet door myne hand de lluiër van de geheimen der Majellcit weggetogen ... wie verzekert u dat my dat geen nog

hei-

Sluiten