Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE TOONEEL.

£1

„, door de ijslijke ftilte van het nachtlijk woud, „ dat het den ftrijder van den Tijberftroom in de ,, ooren klinke, als een donderftorrn!

„ Wenk uwe Adelaars, die meer zijn dan een „ beeld op eene hooge lans, hun aanblik is vlam, „ hij dorst naar bloed. Zij verkeeren lijken in „ witte gebeenten.

„ De raderen van Wodans krijgswagen rui„ fchen, gelijk de wouditroomen van de bergen. „ Hoe klinkt der rosfen opgehevene hoeve; hoe „ waien hunne vliegende manen in den ltormi

„ De heirvoerder der Adelaren zweeft vooraan; „ zij zien neder op de legioenen. Hoe klappen „ hunne wieken.' hoe klinkt hun gefchreeuw! „ Het eischt, met luider kele, lijken van Wodan!

„ Wodan! Zonder belediging van onze zijde, „ vielen zij ons aan, bij de altaren. Wodan! Zon„ der belediging van onze zijde, hieven zij hunne ,, bijl op, tegen uw vrij volk.

„ Wijd klinke uw fchild! Uw krijgsgefehrei ,, klinke, als een donderftorrn in bet rotsgebergte. Uw Adelaar zweve verfchriklijk, en fchreeuvve om bloed en drinke bloed! En dat wit gebeente „ de dalen van uw heilig woud bedekke."

B 3 s i E e-

Sluiten