Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 33

Komt, zweeren wy, vereend, voor dit gewyd altaar, Vol moed te ftryden voor de Atheenfche burgerfchaar\ 't Ree' tvaardig godendom zal uwe trouw beloonen, Eu 't laatfte nageflaebt u zyne erkentnis tooneif! Hy, die de ketens breekt der fnoode dwinglandy, Leeft eeuwig in het hart der brave burgery ! Voor my,'k eisch niets. Zo ras ge uw beulen hebtverdreven, Zal ik op 't oogenblik my uit deez' muur begeven: Dan keer ik weder tot den halven god der aard', En wyde aan Hercules myn vriadfehap en myn zwaard.

IDAMAS.

Thrafyllus, eedle vrind, heldhaftige oorlogsmannen, Gy, die Athene redt, de heerszucht durft verbannen ! Hoe juigcht myn hart daar ik uw'lieren moed aanfehouw! Blyft aan de wet, de goön , en 't vaderland getrouw } En gy zult ongeftoord uw groot ontwerp voltrekken! Ik moet u allen thans een groot geheim ontdekken: De weêuw van Ereus leeft, ze is door de goön gefpaard, Zy heeft een' zoon, die zoon is zynen vader waard': Haar byzyn zal terftonduw grootsch ontwerp bekronen.

THRASYLLUS. Wat heugiyk oogenblik! elk moet haar eerbied toonen; Dit is uw eerste pligt, Atheenfche heldenfchaar'! Haar gade ftierf voor u by dit gewyd altaar; En, fints het fchrikklyk uur dat gy dien held zaagt fneven, Is u Dinomaché noch altyd waard' gebleven. Toon in dit uur wat ge aan dien held verfchuldigd zyt: Uw ftaal zy eeuwig aan het vaderland gewyd.

C IÖA«

Sluiten