is toegevoegd aan uw favorieten.

Besluiten der Eerste Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam des Bataafschen volks

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

[ 47 ]

Rutulusve nuïïo discrimine agatur: enrnenzal, voorzoo ver ons bewust is, geene exempelen kunnen bybrengen, dat 'er by ons onderfcheid gemaakt is, tusfchen zekere rangen van Perfoonenfm het ftraffen van den moedwilligen Doodflag. En wanneer dezelve dan eens met het Zwaard, en dan eens met de Koord geftraft is, en ook wel zomwylen met het Rad, is daar omtrent niet zoo zeer de differentie van perfoonen, ais wel de verzwaarende omftandigbeden van de misdaad in aanfehouw gekomen, en het zoude , onzes bedunkens de uiterfte dwaasheid zyn , wanneer men de gantfche Dispofltie van het Roomfche Recht omtrent den Doodflag, en den grond waarop die berust, zoude willen verwerpen, eeniglyk en alleen, om dat 'er in die Dispofitie eenige byvoegzels gevonden worden , welke met onze hedendaagi'che Conftitutie en denkwyze niet ftrooken; daar men met voorbygaan en achterwege laaten van die byvoegzels, de generadie Dispofltie van dat Recht en ten grond waar op die gebouwt is, van employ kan maaken.

En dit zelfde zoude men ook kunnen zeggen, wanneer 'er in onze eigene Landwetten eenige ^o-*™*»--}'** te vinden ware, welke met de tegenwoordige Conftitutie en denkwyze niet ftfooktc; gedachtig aan het oud Hollandsch fpreckwoord, als het Ty verloopt, verzet men de Bakens.

Ja, heeft dit zelfdeCollegie van Schepenen van Rotterdam, zulks niet in terminis- geëxecuteerd, wanneer zy nog korts geleden het genoegzaam Ontzielde lichaam van christiaan meyer aan dc Galge hebben doen ophangen, nicttegenftaande alle de woelingen welke 'er aangewend waren om henr daar van te bevryden, en hem, zoo als men het noemde, eene fatzoenlyker doodftraf te doen ondergaan.

: Eindelyk, en dit is de laatfte taak, welke ons by deze Memorienog ftaat af te weeven, ■ laat" ons eens veronderftellen, dat Schepenen van Rotterdam in het berechten van den moedwilligen Doodflag, en het ftraffen daarvan met de dood, zich niet behoefden te gedragen, noch naar het geen de nattiurlyke reden dicteert, noch naar de Godddykè , noch Mofaifche Wetten , noch naar die van nabuurige Volkeren, of oneigentlyk gezegt Volkerrecht, «och naar -liet fubfidiaire Recht, noch naar oude herkomen

aooa D en