Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46o ia MAART 1799.

Voorts overweegende , dat de Requefirante door het cverlvden van haaren voornoemden man even voor het einde van den tweeden termyn, en verder by de Requeste aangevoerde redenen buiten ftaat zynde, te kunnen naargaïn, of dezelve termyn, door wylen haaren Man is voldaan, en zo neeu, of hoe veel van haaren Boedel daarin zal moeten worden gefourneerd, het door haar gedaane verzoek op billykheid is gegrond.

HetTerzoek, ten Requeste gedaan, te accordeeren 'en dienvolgens de Requestrante uiterlyk tot den laatlten Mev eerstkomende , te verklaaren voor diligent, wegens het fouruisfement in den tweeden termyn, van de Geldheffing van vier ten honderd , op de Bezittingen, by Publicatie van den 30 November laatstl. gearresteerd, t>yajdien hetzelve door wylen haaren voornoemden Man met reeds mogt zyn voldaan.

En zal extraét van dit Befluit worden gezonden aan het Uitvoerend Bewind en de Generaliteits Rekenkamer, om respeftivelyk te ftrekken tot derzelver informatie.

Zullende wyders dit Befluit, overeenkomstig het 60 Articul der Staatsregeling, ter fanftie worden gezonden aan de Tweede Kamer, benevens deeze Requeste en dit Rapport in originali.

Onderwerpende niet te min, enz.

E. A. Daendels. W. Ris.

Ct. Schimmelpenninck Ge* J. Dacosta Athias. P. L. van de Kasteele, E. Lewe.

En

Sluiten