Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37 MAART 1799. taafc Art. 45.

De Commandant der Lyfwacht noodig oordeelende, om aan een Officier, Onder-Officier, of Militair van minderen rang eenig Verlof toeceftaan, moet zich hier over by den Prafident in der tydadresfeeren, en deszelfs toeftemming vragen.

Art. 46.

\l het geen het Adminiftrative van gemelde Troepes coBcerneerd, blyft op den zelfden voet, als zulks 'py de Bataaffche Armée gebruiklyk is.

Art. 47.

De avancementen van gemelde Troepes blyven op gelyken voet, als van de Nationaale Armée,en zal een Officier, by avancement, afgaande uit den dienst der Lyfwacht, te gelyk uic den Eed van het Vertegenwoordigend Lichaam, op last van hetzelve, na daartoe gedaan verzoek, worden ontflagen.

Art. 48.

De voet van betaaling, caferneering, equipeering en kleeding blyft dezelfde, zo als die voorde Nationaale Armée is bepaald, waar in het Uitvoerend Bewind, even als voor de Armée, voorziet, en fpeciaal met betrekking tot de caferneering, volgens bepaalingen , daaromtrent voor hec Guarnifoen van de Refidentieplaats gemaakt, of nog te maaken.

Art. 49.

Sluiten