Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*4 FEBRUARY 1800. 10Ö;

van Nymeegen, by Decreet van den 8. November 1798, in haare handen gefield.

En overweegende, dat uit geene der Stukken ge«* bleeken is> dat het Kerkgebouw en Pastoryhuis te Oyen voornoemd uit de afzcnderlyke Casfe van'' eenig Kerkgenootfchap zoude zyn aangebouwd, en alzo aan eenig derzelven in wettigen eigendom zoude toebehooren.

Overweegende, dat by ontftentenis van dusdanig bewys , het Kerkgebouw en Pastory der voormaals heerfchende Kerk aldaar mitsdien behoort onder de zodanige, welke ingevolge het 6. der Additioneele Art. tot de Acte van Staatsregeling, aan de befchikking van het piaatfelyk Beftuur zyn overgelaaten, om deswegen tusfchen alle Kerkgenootschappen eenig vergelyk te treffen.

Overweegende, dat volgens het zelfde 6. Art., de grondflag van dit vergelyk zyn moet, het grootst aantal Leden der onderfcheidene Kerkgenootfchappen , hetwelke alzo dé relative meerderheid van Zielen uitmaakt, en waar aan derhaiven de voorkeuze omtrent de naasting eener plaatfelyke Kerk competeert.

Overweegende , dat geene bedenkingen hier tegen , of tegen het Plan van fchikkingen zyn ingebragt, welke van dien aarti en kracht zyn, om de beflisfing van het Vertegenwoorcigend Lichaam ten deezen te moeten vertraagen :

Befluit i

Dat het Piaatfelyk Kerkgebouw en Pastoryhuis der voormaals heerfchende Kerk te Oyen, in het Quartier van Nymegen, ingevolge het 6. der Additioneele Art- tot de Acte van Staatsregeling, door het Roomsch-Catholyk Kerkgenootfchap , als uitmakende de meerderheid der Zielen, wel en wettig

is

Sluiten