Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4©o i) APRIL 1800.'

ten aanzien dier Goederen, te ontduiken, maar verpligt zyn, dezelve te berekenen.

Art. 13,

Van Goederen, nagelaaten by Ingezetenen deezer Republiek, en onder Adminiftrateuren binnen dezelve berustende, waar toe, by Testament, als Erfgenaamen geroepen zyn Perfoonen, die, na verloop van zekere jaaren, of na bet exteeren van zekere Conditiën, in leeven zullen bevonden worden, en in welker opzicht gevolgelyk onzeker is, wie de Erfgenaamen na expiratie van voorfz. tyd weezen zullen, en of dezelve Ingezetenen van deeze Republiek zyn zullen, dan met, zal door de Adminiftrateuren het fournisfement in deeze voorbetaaling ten vollen moeien worden gedaan, gelyk ook zal moeten gefchieden van Goeren, onder Admihiftrateurs binnen deeze Republiek berustende, waar van de Eigenaars, Ingezetenen deezer Republiek geweest zynde* al eenige Jaaren vermist z'yn geweest, fchoon men niet weet, wie tot dezelve, indien de Eigenaars niet opdagen, gerechtigd zuilen zyn.

Art. 14.

Ten aanzien van deeze Heffing, zullen Weesmeesters óf derzelver Suppoosten, Voogden, Curateurs en Admimftrateurs vaneen anders Goederen, zich ftiptelyk moeten houden aan de bepaalingen in deezen gemaakt, en mets mogen declareeren voor de moeite of vacatiën, die ter deezer zaake hebben gehad- alles met quahficatie om te verkoopen of te negotiëeren zo veel als zy, ter voldoening hunner fournisfemenl ten, m derzelver qualiteit zullen noodig hebben, zonder meer; zo als mede Hypothecatiën, welke mede ten

voorfz.

Sluiten