Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ï7 APRIL löoo. 4s$

En het is om alle deeze redenen, dar uwe Commisfie Van advis zoude zyn, dat deeze Kamer behoorde te berusten in de redenen van weigering, door de Tweede Katner, by Befluit van den 22 Febr. deezes Jaars voortgebragt, en voorts in aanmerking neemende, dat bet eerflfe verzoek tendeert, om een duizend Guldens uk 's Lands Cas te mogen ontfangen, en het tweede, om de Kerkvoogden aldaar te autorifeeren, uit hunne Gemeente Goederen en Bezittingen, indien noodig, door verkoop aan de Supplianten voerfz. Capitaal voor te fchieten, ter tyd en zo lange, by 't Wetgevend Lichaam , omtrent de zorg voor de Armen, over de geheele Republiek de vereischte voorziening zal zyn daargefleld en in werking gebragt; moet uwe Commisfie UI. advifeeren, het eerfte om de penurie van 's Lands Casfe en om der gevolgen wille, en het tweede, alzo de Kerkgoederen nimmer kunnen worden geacht aan de gezamentlyke Ingezetenen «ener plaats te behoren, maar altydeen afzonderlykFonds uitmaaken, welks eigendom door de Acle van Staatsregeling plegtig aan de daar toe bevoegden is verzekerd, te declineeren en te wyzen van de hand, niettemin op bet fübordinaat_ verzoek, om op eenige andere wyze in deezen te voorzien, de Requestranten renvoyeerende aan het 194 Art. der Staatsregeling, dat langs dien weg in den nood der Armen te Minnertsga, zoude kunnen worden voorzien.

Onderwerpende dit hun geadvifeerde aan UI. beter oordeel.

C. van Foreest. y. van Haeften. F. Guljé.

IV. Doelman.

D. J. Steyn Parvé. U. J. Huber.

J. Ondorp. 3. G. Kramtr.

s* 4 Eb

Sluiten