is toegevoegd aan uw favorieten.

Besluiten der Eerste Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam des Bataafschen volks

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

436"

9 MEY 1800.

monde van den Secietaris, ter Vergadering uitgebragt bet hierna volgend Rapport:

BURGERS REPRESENTANTEN!

De Weduwe Jan Theodorirs van der Kreek, gebooren van Zariïéf, vervoegde zich op den^ai. December des gepasleerden jaars , by Requeste aan deeze Vergadering, verzoekende de continuatie van het aan haar door Hun Hoog Mogende in den jaare 1795. toegelegd Penfioen, ter fomma van ƒ350 's jaars; deeze Requeste ten zelven dage door •UI. gezonden zynde aan het Uitvoerend Bewind, heeft hetzelve daar op den 06. daaraanvolgende, ter deezer Kamer ingezonden deszelfs Bericht confideratiën en advis, waar by gepofeert word , dat voornoemde Penfioen aan de Recptstrante is toegeftaan by Refolutie van Haar Hoog Mogende, de dato 10. December 1795. genomen op een Rapport van derzelver Gccommitteerdens, tot het vereffenen der Penfioenen en Gratificatiën der uitgeweekene, by welk op een overgelegde Lyst, fub N°. 6. onder andere deeze Requestrante was geplaatst; dat dien ten gevolge, dan ook 's jaarlyks aan de Requestrante op vertoon van Attestatie de vita, het toegelegd Pentioen was uitbetaald geworden , tot en met den jaare 1798. en zoude ("zegt het Bewind) den Agent van Oorlog waarfchynlyk niet gedifficulteerd hebben, met die betaaling te continueeren , aangezien hetzelve Penfioen het leeven lang is geaccordeert geworden, indien zy niet had verzuimt behoorlyke Altestatie de vita, jn'et bewys van beftendig verhlyf binnen deezer Republiek, over te leggen; beiluitende het Bewind met te advifeeren, dat de Requestrante behoorde te worden gerenvoyeerd aan den Agent van Oorlog, óm aldaar met overlegging van het bovenaangehaalde haare belangens voor te draagen.

Na een'en ander behooriyk geëxamineert te hebben, is het ons voorgekomen, dat de Requestrante niet aan het Agentfchap van Oorlog kan worden gerenvoycert en die zaak aldaar afgedaan / maar integendeel dat dezelve zich wel en te recht aan deeze Vergadering heeft geadresfeert; men behoeft ten dien einde maar intezien de Publicatie van

het