Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r 53 ]

Art. 61.

De Kooplieden worden by deezen geïnterdiceerd, en ten fterkften verboden, om hunne bekomen Acte van Confent aan iemand over te geven of te leenen, om hem daar van in Zee, of elders te bedienen, op poene van mein-eed, en daar en boven eene boete van zes honderd Guldens.

Art. 6a.

Aan alie de genen, die ter Jagen varen of in de Jagery eenig deel hebben, wordt by deezen, wel expresfelyk verboden, eenig klein Vaatwerk in Zee mede te nemen, of mede te geven, om Haring in hetzelve te leggen, onder wat benaming zulks zoude mogen zyn, op de boete van drie honderd Guldens.

Art. 63.

De Haring, die door de Haring-jagers aangebragt wordt, zal niet aan Land opgellagen mogen worden , voor en alëer de Koopman voor de Leden van het plaatfelyk Beftuur in prefentie van derzelver Secretaris zal hebben opgegeven de quantiteit van zynen aangebiagten Haring en wyders zal hebben afgelegd, den Eed achter dit Placaat en Ordonnantie gevoegd.

Art. 64.

Insgelyks zullen de Stuurlieden der HaringJagers en derzelver Bootsgezellen by hunne t'huiskomst verplicht zyn te doen den Eed hier achter gevoegd.

Art. 65.

Den Kooplieden, Stuurlieden, of derzelver Bootsgezellen wordt ten fterkften verboden eenig Zout, enz., in Zee of elders, te verkopen, verruilen , verëeren , of eenigen Handel of Koopmanfchappen tebedryven, of eenige goederen op vragt of voor eigen rekening te D 4 ver-

Sluiten