Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t 54 3

Van het tlaring-

^ervoeren; alles conform en op de pcenaliteiten vervat in het 23 Art. van dit Placaat en Ordonnantie.

Art. 66,

Geene Ingezetenen deezer Republiek, zullen zich veroorloven part of deel te hebben in eenige Schepen of Schuiten, die buiten deeze Republiek ter Haring-Jagery worden uitgezonden , op pcene van zes honderd guldens op elk Schip of Schuit te verbeuren; en zal de accufatie hier van mogen gefchieden ten allen tyde, wanneer zplks zal worden ontdekt.

Art. 67.

Men zal voortaau geen Garen tot Haringwant mogen fpinnen, dan van Hollandfche en Oosterfche Rynhennip , waar van de fyne Hennip niet zal zyn afgenomen, en zonder dat daar onder eenig Vlas, of iets apders zal worden vermengd; en dat, alvoorens hetzdve daar toe zal mogen worden gebruikt, door beëedigde Keurmeesteren voor zoodanig zal moeten zyn goedgekeurd, op eene boete van vyftig guldens voor ieder bos gehekelde Hennip, die ongekeurd tot het fpinnen van Haringwant zal zyn gebruikt, ten behoeve van den Keurmeester.

Art. 68,

Dat ook niemand voortaan enige vierendeels, of netten zal mogen breijen, of doen breijen, dan van goed Garen als vooren, dat wel gewaterd, gewerkt en gedroogd is naar behooren, zonder dat iemand, met twee handen, twee draaden te gelyk , maar alleenlyk één draad tevens zal mogen fpinnen op de boete fan drie Guldens.

Art.69,

Sluiten