Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 57 )

Art. 75.

Ieder Kuiper zal moeten hebben een onderfcheiden merk, om op zyne Haringtonnen en klein Vaatwerk te branden, aleer hy dezelve uit zyn huis of winkel zal mogen afleveren, op de boete van drie ftuivers op ieder ftuk, het zy klein of groot,

Art. 76.

De Keurmeesters en Branders der tonnen zullen zelfs in perfoon moeten gaan branden , zonder daar toe hunnen Vrouwen, Kinderen , Bedienden, of iemand anders te mogen uitzenden , ook zal het Yzer niet mogen worden geheet binnen het huis of de winkel van den Kuiper, anders dan in tegenwoordigheid van de Branders, op de boete van drie guldens, en privatie yan hun Ambt.

Art. 77.

De Keurmeesters en Branders r lyks in hun Officie alle tonnen en klein vaatwerk wel bezien, ftuk voor ftuk, of dezelve digt zyn of eenige gebreken hebben, en zelfs verplicht zyn, op requifitie van de Kopers, met eenig water daar in , de tonnen drie a vier maaien om te rollen; op de boete van drie guldens en privatie van hun Ambt.

Art. 78.

De Branders zullen hunne eigen tonnen, of klein vaatwerk niet mogen branden, op de boete van drie guldens op ieder ton, klein of

groot,

Art. 70.

Het meeten en branden van de tonnen en klein vaatwerk, zal altyd moeten gefchieden op de publieke ftraaten, zonder dat deMaaker of iemand van zynentvvege daar by mag zyn, en niet anders dan na Zonne opgang en voor

2ón*

Sluiten