Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9 OCTOBER 1800.

455

door elk der Supplianten , buiten hun weten, in eene boete van vyftig Guldens zoude zyn vervallen, met verklaaring, dat dezelve boete hun gracieuslyk worde geremitteerd.

Wyders den 6 February deezes Jaars een Requeste van Abraham van der Bell, Drosfaard van Drunen; verzoekende , dat op het hier vooren gemeld Request van G. Olyjlagers, c. f., naderen finaal mogte worden gedisponeerd, en de door het Vertegenwoordigend Lichaam verleende provifioneele furcheaneé der procedures opgeheven.

Vervolgens den "18 April laatstleden , eene nadere Requeste van gemelde G. Olyjlagers, c. f., op gronden van hunne onwetenheid, en om dat zy, 'aan den eisch van den Drosfaard moetende voldoen , met hunne Huisgezinnen in de uitterfte armoede zouden worden gedompeld, daar by de clementie des Vertegenwoordigenden Lichaams inroepende, met verzoek, dat hier op by de deliberatien over het declinatoir advis van voornoemden Hove gunftig reguard moge worden geflagen.

En eindelyk nog den 18 Juny laatstleden een nader Request van voorgemelden Abraham van der Bell, reitereerende zyn by voorig adres gedaan verzoek , en dat de meergemelde verleende provifioneele furcheaneé aan G. Olyjlagers, c. f., moge worden opgeheven.

En overweegende, dat de Supplianten in deezen niet kunnen gezegd worden, 's Lands Middelen opzettelykofvoorbedachtelyk te hebben willen fraudeeren , maar het veeleer daar voor kan worden gehouden , dat zy uit onkunde , het adres aan de Municipaliteit van Drunen,ov een Zegel van 12 in plaats van 24 ftuivers gefchreevcn.hebben getekend en ingediend.

Overweegende wyders, dat het verzoek, in voorfz. Request vervat, geenzints ftrekkende was tot hun

peri

Sluiten