Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 NOVEMBER 1800. 903

De Eerfte Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam des Bataaffchen Volks, gehoord hebbende hec Bapporc eener perfoneele Commisfie, een einde ce examineeren eene Misfive van hec Uitvoerend Bewind der Bataaffche Republiek, daar by om geallegueerde redenen voordraagende,, om Commisfarisfen toe de adminifrracie der Domeinen, in het voormaalig Gewest Gelderland, te authorifeeren,' om aan Jan Cramer zodanig Douceur toe te leggen, als zy met de Eer van den Lande beftaanbaar, en aan de behoeften van voornoemden perfoon (immers zo veel mooglyk) geëvenredigd zullen oordeelen.

Overweegende , dac gemelde Jan Cramer, in diensc van de Juftitie, zodanig aan zyn rechterhand is verwond geworden, dac hy, blykens een overge» legd Attèsc door den Chirurgyn D. B. Hamehveld, te Scherpenzeel afgegeeven, buiten ftaat is, dezelve meer tot zyn gewoon Werk te gebruiken.

Overweegende, dac hy hier door met zyn Huisgezin in armoede is gedompeld, en het dus alleszints billyk is, om door genoegzame maacregulen te zorgen, dac niemand door eenige vreeze worde terug gehouden, van de Juftitie, daar de omftandigheden zulks vereisfehen, tc adfifteeren.

Befluit:

Het Uitvoerend Bewind te authorifeeren en ce qualifkeeren; om aan Jan Cramer, woonachtig te Scherpenzeel, ter zaake voornoemd, een weeklyks Douceur van drie Guldens te doen uitreiken.

En zal Extract deezes worden gezonden aan hec Uitvoerend Bewind der Bataaffche Republiek , en aan Commisfarisfen der Nationaale Rekenkamer, toe informatie en naricht refpeclive. Zul-

Sluiten