is toegevoegd aan uw favorieten.

Besluiten der Eerste Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam des Bataafschen volks

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( n )

Ontheffen,van het verband, waar onder dezelve, tot fecli-* riteit der Geldfchieters ia de Negotiatie van de jaaren i?95 en 1796, gelegd zyn, en deze Crediteuren alzo hun wettig verkregen recht ontzeggen ? Dit zy verre; want zulks"flaat niet in de macht van deif genoemden Agent, noch van het Uitvoerend Bewind. — Uwe Gecommitteerden vermeenen veelëer te mogen vermoeden, dat meergemelde Agent het Decreet van den ao Juny. niet behoorlyk heeft ingeziep, dewyl hem anders daadlyk onder 't pok zou zyn gevallen, dat'er een zeer wezendlyk onderfcheid is tusfchen eene bloote authorifatie om te mogen verkoopen, en een ftellige last om te moeten verkoopen. Daar nu de Municipaliteit van de Beverwyk door voorfchr. Decreet, geenzins'onder de verplichiing wordt gelegd om te moeten verkoopen, zo zegt de Refolutie van dén Agent, naar het inzien.uwer Gecommitteerden, in de daad niets^ gemerkt hy de voornoemde Municipaliteit toch niet zoude kunnen noodzaaken om iets te mogen deen, en vooral niet om iets te moeten doen, waartoe die Municipaliteit, fbrikt genot men, geenzins bevoegd is, zonder daartoe alvoorens de vereischte arrangementen, op haare verantwoordelykheid, gemaakt te hebben.

Onder deze te maaken arrangementen, zal de Municipaliteit in de eerde plaats voorzeker moeten handelen met dat gedeelte haarer Crediteuren, aan welke de Stedelyke goederen verhypothekeerd of verbonden zyn; en zy zal, in de tweede plaats, moeten zorgen, dat alle haare overige Crediteuren, voor zo veel dezelve een gelyk recht op betaaling hebben, ook op eenen gelyken voet behandeld worden. Dit een noch ander zou echterniet gefchieden kunnen, indien de Municipaliteit van de Beierwyk, uit kracht van het Decreet van den 20 Juny, kon, of mogt kunnen genoodzaakt worden,- om zo veele Stedelyke goederen te verkoopen, als vereischt wordt om flegts alleen de fchuld, welke aan de Gereformeerde Gemeente competeerd, zeker ten notabelen prejudicie van de overige Crediteuren, te kunnen kwyten en uitbetaalen; doch zulks in dit geval geen plaats kunnende hebben; waartoe zal dan eene furcheanee worden verleend ten aanzien van eene Refolutie van den Agentvan Inwendige Poiicie , welke die Agent nimmer kan doen gelden, zonder de Municipaliteit tot bet bedryven van eene

on-