Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 3i >

Ook draagt men, buiten dit, eene aartige bonnet van wit gaas, met eene uitgetandde papillon; de bloemflinger is van geele bloemen met groene fteelen; het hair is met neervallende krullen opgemaakt; de Cignon is dik ; de doek van enkel kamerijksdoek. Bij hetzelve heeft men een caraco van wit kamerijkdoek, met groen geborduurd en op de handen onder aan de mouwen mede groen lint. De rok is gelijk aan de caraco, onderaan met een breed donkergroen borduurfel. De fchoenen zijn geel. (*)

Parijs 25 Junij.

Anderen draagen een Bonnet - Chapeau van violet gaas met een dubbelen rand, na genoeg gelijk aan die geene, hetwelk wij op onze XIII plaat vertoond hebben, zijnde het gaas met roode en groene bloemen verfierd, twee witte fulcaanen en 5 ronde groene pluimen hangen

voorover. — Wijders Robe's van Sijringe - paars

taf, van onderen voor een derde deel met zilvere ftarren

geborduurd , zijnde de rok aan de robe gelijk. ■ ■

Regt op het hoofd ftaande hoeden, groen en geel geftreept, a lafuisfe, met pistache- groen en violet geftreepte kokardes en linten verfierd, en, onder den niet breeden rand, met kleine gaazen plooien, dekken de hoofden van anderen onzer fchoonen — een dikke breede Cignon

hangt

Fichu trés - bouflant de linon blancchal rayé de blanc & de queue deferin & aux estrémités de blanc & cle vert.

Fouireau de linon a mouches nakara. Souliers verts.

(*) Joli bonnet de gaze blanclie , dont le papilion est de dentelle ; guirlande , de fleurs jaunes a figes vertes; masfe de boucles tombantes ; c'.iignon bouffant; fichu de linon uni. Caraco de lincn blanc, brodé en gros vert; rubans verts aux poignets ; jupe pareille, avec mie large broderie gros ven. Souliers jaunes.

Sluiten