Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 146 >

de-dag eene voorftelling en ballet op de volgende wijze gedanst, gefpeeld en voorgefteld.

Vijftig ridders, op het pragtigst in goud en zilver gekleed, openden den trein, voor denzelven ging een moor met een fakkel, agter aan volgden drie wagens; op de eerfte zaten muzikanten, met lange klederen, zoo als voormaals in Peru de priesters der zonne droegen; de tweede wagen was met Indiaanen bezet; de derde droeg de eer, nevens derzelver priesterin EUNOMiA(*)en de trompetteres phemide (f) en PLUTuszat bij de Dames, fj)

Aan het einde der zaal, waar dit fchouwfpel gegeeven werd, was een heuvel opgericht; aderen van goud fchitterden door denzelven heen, en twee ladders, de eene om op te klimmen, de andere om af te daalen, leunden tegen denzelven. Op den top des heuvels ftond een Tempel, verfierd met het infchrift: Fanum honoris; naast dezen verhief zich een zuil, opgericht door de gefpeele der eere — het Geluk; op de zuil praalde een ronde' zilveren waereldbal; dit alles werd door de volgende uitlegging verklaard:

Lam eerw zworf de eere op het vaste land om; eindelijk ruimde Engeland heur plaats en tempel in , welke e u n o m i a , zonder wier hulp men tot haar niet naderen kan, als priesteres dient.

De Heuvel met goud - aderen toonde aan: De echtverbintenis des doorl. bruidegoms met zijne koninglijke bruid zal zeer rijk aan eere en goederen zijn.

Het

(*) Billijkheid en orde in de wetten.

(t) De Faam.

(§) De God des rijkdoms.

Sluiten