is toegevoegd aan uw favorieten.

Kabinet van mode en smaak

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 66 >

balzem bezwangerd en op alle plaatfen, op alle balkons hooit men gezang, klinkt de Guitarre en de fluit. Neen, neen! nimmer zullen de oevers der Jeine, de wouden te walfeck (*) nimmer de zee te Bienne (f) mij die vreugde geeven, welke een nacht te Madrid mij veroor* zaakt. Maar, men moet flechts twintig jaaren oud zijn; in het dertigst jaar zoude het te koud — of te warm zijn; men zoude lust tot flaapen hebben; in het dertigst jaar trekken zich onze vezelen reeds te zamen en worden gevoelloozer. De levendigheid van den geest is dan reeds verzwakt, ons natuurlijk vuur vermindert, vervliegt, en wij hebben dat teder gevoel, deze alles-omvattende gewaarwording niet meer. Ach! reeds in mijn dertigst jaar zal deezefchoone bloem mij niet meer zijn , wat zij nu is, — zal ik dit vlugge vuur, het welk mij thans verteert, het welk nu door mijne aderen rolt, verboren hebben! de zagte draal der maan en darren zal niet meer die fchoouheid voor mij hebben — de

waereld heure uitwendige fchoonheid misfen; en

dan — ó gij fchoone dagen! verrukkende nachten! — u zij dan vaarwel gezegd. De winter des levens begint, en men moet flaapen.

STIERGEVEGTEN.

Ja, fchoon ik duizend jaaren leefde, en alle dagen mijnen geest pijnigde, zoude ik nog niet begrijpen kunnen, hoe men iets aanlokkends, iets aangenaams in deze fchriklijke gevegten zoude kunnen vinden. Alles wekt

daar-

(*) Een flot, twee duizend fchreden van SoUurn. (t) Niemand beeft mooglijk immer van deze zee gehoord ; maar ik — ik kenne hem wel.