is toegevoegd aan je favorieten.

De zaak der negerslaaven, en der inwooneren van Guinéa.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EN DER INWOONEREN VAN CÜINEA. 243

groejen : zij groejen 15 ■> tot iS maanden , dan fnijdt men het en perst het fap uit, waarom men het bouwt: de overblijfzels fchieten nog eens doch minder; men kan die ten derdenmaale fnijden, maar is nadeelig voor den Planter'en kost te veel arbeiders.

De Franfchen fnijden het fuikerriet van Januarij tot October; dan fcheidt men uit, om dat het dan fteil opwast: naar maate dat men het fnijdt, bindt men het in bosfen, met de hoofden bijéén, genoemd het oog van 't riet, en men brengt het na de molens om te maaien: men fnijdt nooit meer riet, dan men in een etmaal noodig heeft ; om dat het fap heet wordt, gist en des onnut is om te gebruiken.

De Negers brengen deeze pakken bij den cilijnder, in beweging gebragt door het water, den windt of door lastdieren, om daar het fuikerachtige uittetrekkcn: men ontvangt het in een ketel en laat het waterachtige uitdampen; vandaar gaat het in andere ketels , waaronder fterker vuur is; het oogmerk daarvan is, om den fcbuim van den fuiker aftefcheiden, ert te laaten chryftallifecren ; dan is het ruwe fuiker, zo gaat zij na Europa , alwa'ar zij verder bereidt wordt : zij verkrijgt echter in dc Franfche eilanden nog eene bewerking,de Tcrrage genoemd,om er alle vreemde deelen uitteligten; en dan heeft men minder fchepen noodig om haar te vervoeren: de firoop die men daaruit trekt, dient om rum, of Tafia te maaken.

Men ziet hieruit dat het fuikerriet veel minder arbeids vereischt dan de wijngaarden; maar het veroor-

Q *