is toegevoegd aan je favorieten.

De zaak der negerslaaven, en der inwooneren van Guinéa.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

244 DE ZAAK DER NFGERSLAAVEN

zaakt aari de Planters zwaare onkosten, zo voor da molens als voor alles wat er op eene planterij noodwendig is; daarom bebouwt men liet in 't groot: het is echter het voornaamfle product der eilanden; cn alle de overigen zamengenomen hebben niet zo veel handen van doen: het zal ligtlijk voor mij zijn te bewijzen, dat, als men de Planters dwingt om de flaaven die zij bezitten te fpaaren, door hen de middelen om anderen te krijgen te ontnecmen , men hun veel zal uitwinnen, en des den prijs der producten verminderen.

De katoen.

De katoen is van alle de Africaanfche heesters het gemaklijkst optekweeken : die in April te planten , weinig tijds daarna de zwakfte uitbotzeis wegtefnij* den, tweemaal die knotten, welke men behouden wil, het onkruid uittewieden, inteoogften, zie daar alles wat er aan te doen is.

Men vernieuwt die alle drie jaaren door hem tot den grond toe aftehakken; de heester geeft alle zes maanden den noot, langwerpig en groot als een duivenei, donker bruin, of zwart; deeze noot , rijp zijnde , barst met een kleine knap; dan zamelt men haar in, zij heeft drie of vier vakken ; ieder heeft eenige graanen ter groote van een erwt, omwonden door een blanke ftof die de katoen zeifis: men kan twee oogften maaken, een in September, deeze is de fchoonfte ; de tweede in Maart, minder voordeelig door den