is toegevoegd aan je favorieten.

De zaak der negerslaaven, en der inwooneren van Guinéa.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

246 DE ZAAK DER NEGERSLAAVEN

Negers te zwaar werken, zulks ontftaat uit den wil huns meesters, die minder hun waar belang dan den tijd van noodzaakelijkhcid in 't oog houden.

Hutten der Negers.

Ieder huisgezin heeft zijn Cafe; het gebouw is 30 voet lang en 15 breed; de muuren beftaan uit klei en koejenmest; zij hebben maar één venster en ééne deur; zij daan in regels , en als de planterij groot is, vormen zij verfcheidene ftraaten : deeze Negerwooningen zijn van huns meesters huis afgezonderd en onder den wind gebouwd, uit vrees voor brand, die hier dikmaals is; want de Negers maaken vuur in deeze hutten, bijkans den geheelen nacht door, om de vochtigheid te verdrijven; iedere hut is van elkander gefcheiden door eene tusfehenruimte van 15 of 20 voet, alwaar zij cenig gevogelte en een zwijn houden: hunne bedden zijn in de muuren gemaakt; zij bedaan uit twee of drie planken, die op dwarsplanken liggen; deeze planken zijn fomtijds met eene foort van mat bedekt, of met bet ftroo der maniot; een houten blok is hun hoofdkusfen; hun huisraad bedaat uit eene calabasfe, een bank, een tafel, en houtene meubilen.

De Negers hebben geene andere kleding als een onderbroek , en een Cafak, zonder fchoenen; maar op feestdagen, zo zij iet uitgefpaard hebben, fchikkea zij zig op.