Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

396 Schets van een

■geeven tot het arrefleercn van eens finaak injlruflie aan voornoemde Heeren, naar dat de omfiandigbeden van zaaken, als dan zouden vercisfchcn. — Ik zal hier geenszins ophaalen, hoe veel aandeel Uwer Hoogheids Reprefentant, ais eerne Edele van Zeeland in dit heeie (tukje had, noch hoe de Gecommitteerde Raaden , door een gedrag, ovcreenkomftig dien Brief, de Gedeputeerden der Provincie ter Generaliteit in't geval zouden gefteld hebben, om de ordres niet te kunnen uitvoeren, aan dezelve op den 6. September en 18. Oöober bevorens gegeeven, om in al wat deeze Alliantie betrof op gelyken voet met de Gedeputeerden van Holland te werken ; ik zal, eindelyk, ook niet ophaalen hoedaanig de Memorie, door den Heer Hams op den 22. November aan Hunne Hocg Mog. ge, refenteerd, de Natie de oogen over die zonderlinge ftrceken opende, vermits de tyding dat die Alliantie den 10. November te Parys getekend was, dien ganfchen aanflag in duigen deed vallen: Ik zal eenvoudig aanmerken, dat deze tyding een donderdag was voor de Cabaal en haaren Aanhang. Duizend maal vervloekte zy het oogenblik der tekening van dat Traftaat; haare Suppoosten verdubbelden hunne vervloekingen te;: en Vrankryk en tegen de waardige Regenten, die tot "deeze gelukkige gebeurtenis hadde medegewerkt. Ik heb, dit fchryvende , Doorluchtige Vorst, voor myn oog een gedeelteder

af-

Sluiten