Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Twaalfde Toneel. ai

verwijten heeft te booten, dat is 't al Mevrouw, wat ik de eer kan hebben, u van hem te zeggen. Ik heb hem een onverbrekelijken eed gezworen; niets, zelve zijn eige voordeel, zal mij niet dwingen, mijn woord te verbreken. Maar zijne levensloop is nogtans te treffend; als dat een ziel als de uwe geen deel daar in nemen zou. Beveel, Mevrouw, ik neem de vrijheid, u op mijne kniën om deze genade te fmeken, beveel, dat hij voorugebragt worde! fpreekzelve met hem; gij zult geheimen ontdekken, die voor den Heer Gouverneur en voor u zelve Mevrouw, van gewigt zijn; die hij behalven dat gewis mede in zijn graf zal nemen.

C f. c i l i a.

Zonder deze dankbaarheid, van welke mijn hart, met regt vervuld is, ben ik doorzijn noodlot, zijnberouw, door zekere, onbekende bewegingen zoo aangedaan,

dat ik mijne tranen nauwlijkskan terughouden.

Daar is mijn vader reeds.

DERTIENDE TONEEL.

De vorigen, deGouverneur met zijn gevolg. Cecilia.

Ach! mijn vader , wanneer uwe dochter u lief is, wanneer gij nog die tederheid voor haar hebt, welke tot hier toe haar geluk geweeft is; zoo verleen haar het pardon van haren redder.

B 3 Dï'

Sluiten