Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V

OPERA. 33

De Officier.

• Dat wij nu dat huichelachtig VrouwSperfoon eens onttervraagen, op dat men weeten moog, wat 'er van de zaak is ( tegen de Soldaten welke de Herdin in bewiaring liebben. ) laat haar los op dat zij hier komt.

Laura.

Och, mijn Heer! wees [toch barmhartig, omtrent eene arme Vrouw, welke haar misdaad uit hoofde van gebrek begaan heeft.

De Officier,

Ik zal n wel barmhertig, gij ondeugend fchepzel! ik zal u het fchaaken van eerlijke en deugdzaame meisjes wel verkeren.

Elize.

Ach! mijn lieve Oom, geef haar toch genade, zij zal zich, hoop ik , dan beteren.

De Officier.

Kunt gij , mijn Nicht, voor zulk een ondier , dat voorzeker uw bederf gezogt heeft, nog vergiffenis fineeken?

Elize.

ó Ja! mijn Oom , de heide voor mijn evenmensen eischt dit van mij.

De Officier.

Wel aan , wijl het uw wil is , ik zal haar, indien zij alles getrouw bekend, laaten gaan, doch zo zij iets verzwijgt, dubbel ftrafren. —

C L a U'

Sluiten