Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i8 TITUS MANLIUS TORQUATUS,

Vervult een voorgevoel van fmart nu noch zyn' geest? Is by nu noch beducht dat hy, in 's vyands lagen Gevallen, op het veld ligt door het ftaal verflagen ? Terwyl ge u nutloos dus met hersfenfchimmen kwelt Keert uw geliefde zoon verwinnaar uit het veld, En brengt uit kindcrpligt den buit aan uwe voeten: Wat blydfchap, zulk een' zoon in zulk een' ftaat te ontmoeten !

MANLIUS.

Valerius, myn ziel herleeft op dit bericht. Ik voel op deze maar' op nieuw myn waarde en pligt. Hoe fchoon 't, ö Rome! ook zy door u te zyn verheven , Noch fchooner is 't voor u naar heldenroem te ftreven: Een zoon van 't ftrydbaar Rome acht geen gevaar zo groot, Of tart, waar de eer gebied, met heldenmoed den dood. COSSUS.

Ik heb reeds in 't verfchiet den jongen held vernomen, En hoor het krygsgerucht allengskens nader komen : Men is niet verr' van hier.

MANLIUS.

Hebt dank, ö groote goón ! Gy fchenkt myn' zoon de zege, en my een' waarden zoon.

DER-

Sluiten