Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 5 )

Wikking en weging van zoo veie verplichtingen eft voordeden, als de Roomschgezinden, gedurende twee Eeuwen, nadat de gemoederen bedaarder wierden , daadlijk van de leden en belijders van den apenbaren Gereformeerden Godsdienst, onder eene zoogenoemde heerfchende Kerk, op den duur en vreedzaam genoten hebben, dat zij als dan zelve de zaak ten behoeve van de Gereformeerden niet eene vrij gunftiger wending zullen doen hebben.

Maar ik zal regelrecht het ftuk aanvatten, en vragen: waar blijkt het, dat in het Addition. Art. IV. de Geestelijke Goederen en Fondfen zoo flellig en Zonder eenig vosrbeJioedfel Nationaal zijn verklaard ? Staat 'er dit eenvoudig, en eindigt hier mede het Artikel? of wordt 'er een zoogenoemde maar bijgedaan, die de d'eur openlaat tot een betoog van 't tegendeel, 't zij tegen de zaak zelf, 't zij tegen de eindens, waartoe die Goederen in 't vervolg zouden moeten flrekken? Zie daar de woorden: Blijvende nogthans onverlet de aanspraak, welke eenig Lighaam of Gemeente daarop mogt maken, en met de noodige bewijzen voorzien, aan het Vertegenwoordigend Lighaam ter beflisftng zal moeten inleveren.

Dat nu hier niet gedoeld wordt op eenige of enkele Geestlijke Goederen of Kerklijke Fondfen, die door vrijwillige Giften, Erfmakingen of anderszins, bij eenige Kerkgemeente of Gemeentens zijn verkregen, zulks blijkt uit Artikel V. waar diergelijke Giften enz. als het wettig Eigendom der Bezitters erkend worden. Maar in Art.' IV. wordt A 3 het

Sluiten